vrijdag 24 februari 2017

vrijdag 27 januari 2017

Peter kwam vertellen...

Peter ( de man van juf Gerda ) weet heel veel over ons zonnestelsel en de planeten.
Hij gaf sterrenkunde en wiskunde aan de middelbare school.
Nu hij op pensioen is, wou hij wel eens tijd vrijmaken om ons wat te komen vertellen over het heelal.

Het was super interessant. Zelf de juffen hebben iets bijgeleerd. :-)

We leerden wat over;

- de flightradar 24 https://www.flightradar24.com
- het melkwegstelsel
- lichtjaren
- één dag op de maan duurt ongeveer één maand ( 29,5 dagen). Dit is ook de tijd die de maan nodig heeft om éénmaal rond zijn as te draaien, ten opzichte van de zon.
- andere bekende sterren zolals Sirius (= de helderste ster van de nachtelijke sterrenhemel).
- de grootte van de verschillende planeten https://www.youtube.com/watch?v=aCmJmTYS7Zw

Kortom, een heleboel!

Nog eens bedankt, Peter voor deze leerrijke uitleg! 



zaterdag 14 januari 2017

Herhalingstoets Taalbeschouwing

Hallo vijfjes!

Volgende week vrijdag hebben julie herhalingstoets van taalbeschouwing.
Julie krijgen het overzichtsblad met wat jullie moeten kennen maandag mee.
Hieronder kan je het al eens bekijken.

Herhalingstoets taalbeschouwing

Wat moet je kennen?

o   Ik weet wat zelfstandige naamwoorden zijn en kan ze herkennen in een zin.
Alfabeestje p. 68

o   Zelfstandige naamwoorden kunnen mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zijn.
Alfabeestje p. 69

o   Ik weet wat eigennamen zijn.
Alfabeestje p. 68

o   Ik kan woorden van het enkelvoud naar het meervoud zetten.
Alfabeestje p. 70

o   Ik kan samenstellingen maken.
Alfabeestje p. 78

o   Ik weet wat een voor- en achtervoegsel is en kan hiermee afleidingen maken.
Alfabeestje p. 78

o   Ik kan verkleinwoorden maken van zelfstandige naamwoorden.
o   Ik kan aanduiden of een zin lief wordt, spottend wordt of gelijk blijft met verkleinwoorden erbij.
Alfabeestje p. 76 + 77

o   Ik weet wat bijvoeglijke naamwoorden zijn en kan ze herkennen in een zin.
o   Ik ken het verschil tussen een gewoon en een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.
Alfabeestje p. 72 + 73

o   Ik kan een zin in zinsdelen verdelen.
o   Ik kan de persoonsvorm uit een zin halen.
o   Ik kan het onderwerp uit een zin halen.
o   Ik kan aanduiden wat er over het onderwerp wordt gezegd.
o   Ik kan aanduiden of het werkwoord, het bijvoeglijk naamwoord of het zefstandig naamwoord iets zegt over het onderwerp.
è Alfabeestje p. 96 + 97
è Alfabeestje p. 99 + 100

o   Ik kan zinsdelen schrappen die niet noodzakelijk zijn voor de boodschap van de zin.
Alfabeestje p. 101 + 102
  

De juffen :-) 

zondag 18 december 2016

Herhalingsblad Frans C.5 - 8

Hallo vijfjes!

Zoals jullie al weten is het woensdag herhalingstoets van Frans van contact 5 tot en met 8.

We hebben zoals vorige keer een samenvatting gemaakt van wat jullie allemaal moeten kennen.


Herhalingstoets Contact 5 tot en met 8


Wat moet je kennen? 







De juffen :-)

donderdag 8 december 2016

Valkenier op bezoek!

Vandaag kregen we bezoek van een valkenier.
Hij bracht voor ons een woestijnbuizerd mee.

We hebben heel veel bijgeleerd en we mochten de woestijnbuizerd zelfs aanraken en aaien!

Het was geweldig, kijk maar even mee!















zondag 20 november 2016

Samenvatting Focusthema 2 Wero

Hallo vijfjes,

Volgende week maandag 28 / 11 hebben jullie Herhalingstoets van Focus 2.
Hieronder vinden jullie een samenvatting. Zo kunnen jullie al beginnen oefenen.
Vergeet ook niet de oefentoets te doen op http://www.educatief.diekeure.be/mundoleerling/.

Het verschil tussen een luchtfoto en een kaart

luchtfoto
kaart
Ik zie wat er in werkelijkheid is.
Ik zie een afbeelding van wat er in werkelijkheid is.
Ik weet niet waar de foto genomen is.
Ik krijg namen van plaatsen, rivieren, wegen…
Ik zie heel wat maar weet niet altijd wat ik zie.
Ik krijg bijkomende informatie. Met tekens en kleuren toont de kaart wat er te zien is. In de legende worden die uitgelegd.
Ik weet niet hoe groot de afstanden zijn.
De kaart heeft een schaal. Die zegt hoe groot de afstanden in werkelijkheid zijn.

Ik ken de windroos


Ik weet wat ik kan zien op een staatkundige, natuurkundige en themakaart.

Staatkundig
Natuurkundig
Themakaart
Gebied ingedeeld door de mens: grenzen, namen…
p.6 atlas
Gebied gemaakt door de natuur: reliëf, water…
p.7 atlas
Thema binnen een bepaald gebied (toerisme, klimaat…)
p. 18 en 19 atlas


Ik ken de provincies van ons land, hun silhouet en hun provinciehoofdplaats.

Provincie
Provinciehoofdplaats
West-Vlaanderen
Brugge
Oost-Vlaanderen
Gent
Antwerpen
Antwerpen
Limburg
Hasselt
Vlaams-Brabant
Leuven
Waals-Brabant
Waver
Henegouwen
Bergen
Namen
Namen
Luik
Luik
Luxemburg
Aarlen

Ik ken de drie gewesten:

België wordt ingedeeld in 3 gewesten.

In Vlaanderen zijn er 5 provincies: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant. Deze vormen het Vlaams Gewest.

In Wallonië zijn er ook 5 provincies: Henegouwen, Waals-Brabant, Namen, Luik en Luxemburg. Deze vormen het Waals Gewest.

Brussel behoort niet tot een provincie. Het is als hoofdstad van België een apart gewest: Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Ik ken de drie gemeenschappen:

België is een meertalig land. Er zijn drie officiële talen:
-Nederlands in Vlaanderen,
-Frans in Wallonië,
-Duits in de Oostkantons (het meest oostelijk deel van Wallonië).

Alle Nederlandstaligen vormen de Vlaamse Gemeenschap.
Alle Franstaligen vormen de Franstalige Gemeenschap.
Alle Duitstaligen vormen de Duitstalige Gemeenschap.

In Brussel spreekt m’n Nederlands en Frans (Vlaamse en Franstalige Gemeenschap).



Ik ken onze buurlanden en hun hoofdplaatsen en kan ze oriënteren t.o.v. ons land.


Nederland
Duitsland
Groothertogdom
Luxemburg
Frankrijk
Verenigd
Koninkrijk
… ligt t.o.v. België in het…
noorden
oosten
zuidoosten
zuiden
westen
hoofdstad
Amsterdam
Berlijn
Luxemburg
Parijs
Londen

Ik kan in mijn atlas iets opzoeken m.b.v. inhoudstafel en register.
(zie werkkattern p.2-3 en 4)

! Een legende = verduidelijken de tekens op een kaart!

Ik kan de afstand tussen twee punten op een kaart berekenen aan de hand van een lijn-en breukschaal.
(zie werkkattern p. 8 en 9)

Lijnschaal =                                    15 km

Op de kaart
1 cm
1 cm
8 cm
In werkelijkheid
15 km
15 km
120 km
(een voorbeeld Ieper-Antwerpen)

Breukschaal = 1/10 000

1 cm op de kaart is 10 000 cm in werkelijkheid
OF
1 cm op de kaart is 100 m in werkelijkheid

Op de kaart
1 cm
1 cm
4 cm
In werkelijkheid
10 000 cm
1 00 m
4 00 m
(een voorbeeld Lindenlaan)

Ik kan me oriënteren met behulp van een kompas.